Hoe men artesjokkensoep vervaardigt (zonder mierikswortel)
Nog niet zo lang gelee, was er eens een drommedaris, zonder enkelbanden. Lanseloet was zijn naam. Hij voelde zich diep ongelukkig, omdat zijn vriendje Koksel de arend wel mooie turquoise enkelbanden had en ook Lispel de kwal had ze. Wel acht zelfs. Aan iedere tentakel een. "Nonde, nonde, nonde!" zei Lanseloet vol smart. "Ik zou me graag een paar enkelbanden aanschaffen! Wist ik maar waar ze te vinden zijn."
Al zijn hele leven heeft niemand hem willen vertellen waar deze hippe, doch charmante kledingaccesiores te verkrijgen waren. Altijd als hij het aan iemand vroeg kreeg hij hetzelfde verwoekerde antwoord: "Ze groeien aan de vruchten van bepaalde papayabomen." klonk het altijd. Maar onze Lanseloet was ook niet op zijn achterhoofdje gevallen en wist dondersgoed dat dit weer eens van die verstrooide ideeën waren des dierenvolk.
Op een zekere dag wist onze eenbultige vriend het! Hij zou zelf op pad gaan! De wijde wereld in om zijn ultime wens in vervulling te laten gaan. Namelijk: Het vinden van vier enkelbanden. Voor iedere poot één. Het liefst zou hij zich blauwe vinden, maar groen was ook goed.
Al wroetend door het struikgewas kwam hij Snorkel de hen tegen. "Heb je misschien vier enkelbanden voor mij?" vroeg Lanseloet vol argwaan. "Nee, tok, ik heb ze niet, maar, tok, ik zou ze voor je kunnen haken, tok, punniken misschien?" "Nee. Laat maar. Gehaakte of gepunnikte banden geven mij een uitslag waar de spreeuwen zelfs geen jus van lusten!" opperde de drommedaris en zocht verder.
Nog geen zeshonderd inch verder kwam onze Lanseloet Oksel de kikvors tegen. "Heb je misschien vier enkelbanden voor mij? Ik heb ze zo graag." "Nee," antwoordde Oksel, "maar luister eens goed naar me. Laat me je deze wijze raad geven," het was even stil, maar de kikvors sprak: "Kesjna Kesjna Koerokée!" Lanseloet keek hem verdwaasd aan. Beiden waren doodstil. "Okee okee," zei Oksel, "dat sloeg nergens op, maar het klonk lekker, toch?"
"Dat zeker!" gilde Lanseloet, "En daar gaat het om!" Het ware deze dwaze woorden die onze hoofdpersoon in rep en roer brachten en hem nog eens goed lieten nadenken over het leven. Wat moest hij eigenlijk doen met vier enkelbanden? "Laat maar!" giechelde hij, "Ik hoef geen enkelbanden meer!"
Het werd al donker in de Savanne en Lanseloet besloot maar weer op huis aan te gaan. Eenmaal aangekomen in zijn hol kroop hij tegen zijn moeder aan en dacht: "Kesjna Kesjna Koerokée! Morgen zoek ik kniebeschermers!"